Ik vroeg of ik nog tijd genoeg had om mij om te kleden, waarop ik een positief antwoord ontving. Ik ging naar boven, maar ik kleedde mij niet om. Ik had een afspraak met mijzelf gemaakt om mij niet langer in deze kleren te blijven hijsen, maar andere aan te trekken. Ik weigerde. Het zat te lekker. Ik was dom, naief, en hoopte op het beste. Het beste dat nooit kwam, komt, of komen zal.
Mijn telefoon gaat, ik neem op. Er wordt mij gevraagd of ik, of ik nog naar het verkleedpartijtje kom. Ik denk even na, maar zeg af. De teleurgestelde emotie aan de andere kant van de lijn hangt op. Ik voel mij, goed, voldaan, ik voel een, lichte trots. Ik vraag mij af, of ik mij wel zo hoor te voelen. Ik geef het op om er over na te denken, want daar, daar ben ik te vrolijk voor. Te vrolijk, te dom, te eigenwijs, te naief, maar niet tevreden. Tevreden was ik ooit, voordat ik het allemaal tegenkwam, onderzocht en beter leerde kennen. Ik verbreek bij deze de vriendschap.
Een gedachte speelt met een bepaalde, enigzins mogelijke, behoefte. Een wellicht foute, maar een, veel voorkomende. De gedachte zegt: ''ABC, ik kap er mee'', waarop de behoefte boos wordt en wegloopt. Tot de dag erna.
Ik besluit toch maar nieuwe kleren aan te trekken. Voortaan zal ik daarmee door het leven gaan. Ik merk dat deze kleren veel beter zitten. Ik voel mij beter, opgelucht. Een misplaatste twijfel komt in mij op, maar die negeer ik. Ik ben eindelijk weer sterker. Gideon overwint.
woensdag 18 juni 2008
zondag 15 juni 2008
I'm Only Sighting...
Ik weet niet wanneer of waarmee het allemaal begonnen is, maar dat maakt niet uit, want het is nog niet eens afgelopen... Het gaat maar door, door en door, door tot alles stopt, tot het eind der tijden, tot niks meer doorgaat. Want uiteindelijk stopt alles toch wel een keer. Misschien voorlopig niet, zoiezo voorlopig niet, niemand wéét wanneer niet, of wanneer wel. Maar het stopt ooit, dat is zeker. En als het niet zeker is, dan is het voor mij wel zeker, want als het voor mij zeker is dan stopt het ook zeker. Ik kan er wel wat aan doen maar, wil ik dat... Wil ik er wat aan doen, ik wil best wat doen maar wil ik er wat aan doen. Onbekende verlangens in onterechte hoop...
Ik keek laatst in de spiegel maar ik had mijn, ogen dicht. Ik wist niet wat ik zag, iets zwarts, iets roods, een rare mix. Ik zag mezelf. Ik keek met mijn ogen dicht in de spiegel en ik zag mijzelf. Ik had alles verdrongen, ik maakte een nieuwe start, ik zag mijzelf. Ik zag iets moois, of ik dat nog was, daar twijfel ik nog steeds over. Ik hoorde muziek, ik ging er mee op in, ik bewoog mijn hoofd mee op de muziek, ik voelde een, een prettige rust. Rust in mijn lichaam, rust overal. Rust van binnen, rust van buiten, rust om mij heen. Ik moet zeggen, ik typ dit met mijn ogen dicht zodat ik alles, nog een keer meemaak. Ik zie wat ik zag, ik voel wat ik voelde, ik maak mee wat ik meemaakte. Alles komt terug, die heerlijke rust, de rust die ik in geen tijden meer heb gevoeld. Misschien heb ik die rust altijd gevoeld tot een tijd geleden maar, het voelt toch anders. Rust. Neil Young zei ooit: ''Rust Never Sleeps'', ik snap die uitspraak nu eigenlijk, meer dan ooit.
Mijn hond doet niet wat ik zeg, mijn afstandsbediening voert niet uit wat ik hem, toch echt beveel uit te voeren. Ik loop naar rechts terwijl, voor de rest iedereen en alles, naar links gaat. We nemen verschillende wegen, komen op verschillende plekken uit, en maken verschillende gebeurtenissen mee.
Als iemand mij aanraakt, voel ik dat, waarschijnlijk sneller dan de rest. Het komt, harder aan. Het blijft ook, langer mij aanraken. Ik voel het sneller, harder, beter, langer. Ik herinner het zelfs. Ben ik hierin een uitzondering?
Ik keek laatst in de spiegel maar ik had mijn, ogen dicht. Ik wist niet wat ik zag, iets zwarts, iets roods, een rare mix. Ik zag mezelf. Ik keek met mijn ogen dicht in de spiegel en ik zag mijzelf. Ik had alles verdrongen, ik maakte een nieuwe start, ik zag mijzelf. Ik zag iets moois, of ik dat nog was, daar twijfel ik nog steeds over. Ik hoorde muziek, ik ging er mee op in, ik bewoog mijn hoofd mee op de muziek, ik voelde een, een prettige rust. Rust in mijn lichaam, rust overal. Rust van binnen, rust van buiten, rust om mij heen. Ik moet zeggen, ik typ dit met mijn ogen dicht zodat ik alles, nog een keer meemaak. Ik zie wat ik zag, ik voel wat ik voelde, ik maak mee wat ik meemaakte. Alles komt terug, die heerlijke rust, de rust die ik in geen tijden meer heb gevoeld. Misschien heb ik die rust altijd gevoeld tot een tijd geleden maar, het voelt toch anders. Rust. Neil Young zei ooit: ''Rust Never Sleeps'', ik snap die uitspraak nu eigenlijk, meer dan ooit.
Mijn hond doet niet wat ik zeg, mijn afstandsbediening voert niet uit wat ik hem, toch echt beveel uit te voeren. Ik loop naar rechts terwijl, voor de rest iedereen en alles, naar links gaat. We nemen verschillende wegen, komen op verschillende plekken uit, en maken verschillende gebeurtenissen mee.
Als iemand mij aanraakt, voel ik dat, waarschijnlijk sneller dan de rest. Het komt, harder aan. Het blijft ook, langer mij aanraken. Ik voel het sneller, harder, beter, langer. Ik herinner het zelfs. Ben ik hierin een uitzondering?
vrijdag 13 juni 2008
Een gedachteloze gedachtegang.
Mijn gedachtegang is, gedachteloos. Ik voelde me vies, dus heb ik mijn hersenen, gewassen. Ik ben een beetje, gedesoriënteerd, maar ik vind de weg wel. Ik kom er wel.
Er was geen auto of fietser in de buurt maar, toch drukte ze op het knopje. Ze wachtte keurig netjes tot het groen werd, stak over, klapte haar paraplu uit, en liep door, terwijl de schaduw over haar heen kwam. Ze ademde rustig in en uit, keek even op haar mobiel hoe laat het was, stopte haar mobiel weer weg, en liep naar het station. Ze vroeg wat aan een oude man, koopte een kaartje, stapte in de trein, en de trein verdween. Ze werd met enige vertraging vervoerd naar de bestemde plek, stapte uit, keek weer even op haar mobiel, en liep het station af. Ze zag een bus; een tram; mensen; water; lantaarnpaals; fietsen; auto's: leven. Ze keek even verbaasd, je zag dat ze even nadacht, en ging naar rechts. Ze botste even tegen een auto af, maar het alarm ging niet af. Ze schrok, ging even zitten om bij te komen, strikte, nu ze toch zat, even haar veters, en keek de lucht in. Ze zag vogels vliegen en blaadjes heen en weer wapperen in de lucht, en bleef lang op die manier zitten kijken. Ze keek in de zon, dacht dat zij het licht zag, maar kwam al snel weer bij haar bewustzijn. Ze wist het even niet meer. Ze was verward, in de war, en vroeg zich plotseling af waar ze was, met wie ze daar was, en hoe ze er was gekomen. Ze was het allemaal vergeten. Beter gezegd, verdrongen...
Er was geen auto of fietser in de buurt maar, toch drukte ze op het knopje. Ze wachtte keurig netjes tot het groen werd, stak over, klapte haar paraplu uit, en liep door, terwijl de schaduw over haar heen kwam. Ze ademde rustig in en uit, keek even op haar mobiel hoe laat het was, stopte haar mobiel weer weg, en liep naar het station. Ze vroeg wat aan een oude man, koopte een kaartje, stapte in de trein, en de trein verdween. Ze werd met enige vertraging vervoerd naar de bestemde plek, stapte uit, keek weer even op haar mobiel, en liep het station af. Ze zag een bus; een tram; mensen; water; lantaarnpaals; fietsen; auto's: leven. Ze keek even verbaasd, je zag dat ze even nadacht, en ging naar rechts. Ze botste even tegen een auto af, maar het alarm ging niet af. Ze schrok, ging even zitten om bij te komen, strikte, nu ze toch zat, even haar veters, en keek de lucht in. Ze zag vogels vliegen en blaadjes heen en weer wapperen in de lucht, en bleef lang op die manier zitten kijken. Ze keek in de zon, dacht dat zij het licht zag, maar kwam al snel weer bij haar bewustzijn. Ze wist het even niet meer. Ze was verward, in de war, en vroeg zich plotseling af waar ze was, met wie ze daar was, en hoe ze er was gekomen. Ze was het allemaal vergeten. Beter gezegd, verdrongen...
zondag 8 juni 2008
Gideon Doolaard.
Je weet dat het er is, maar je ziet het niet. Het lijkt te wazig, of, het is onzichtbaar gemaakt. Soms weet ik het allemaal niet meer. Op die momenten vraag ik mij dan weleens af, of ik het ooit wél geweten heb. Ik betwijfel het, ik betwijfel het of ik het weet, maar tegelijkertijd weet ik dat ik het niet eens hoef te betwijfelen omdat ik het toch niet weet...
Het is rood maar niet altijd rood geweest, het veranderde van kleur toen het nodig was, en toen het niet meer nodig was verdween het. Het ging weg met de missie ooit terug te komen, maar vond de weg terug niet. Het had gefaald, en werd vernietigd.
Ik zag je laatst lopen maar, je zag mij niet. Ik riep je, maar je hoorde me niet. Toch keek je, maar je herkende me niet, en liep door. Je had een gele broek aan met een rode jas, een combinatie van twee kleuren die goed bij elkaar passen. Ik vond het stijlvol, gedurfd, ik keek er naar en liep ook door.
Toen ik voor het eerst bij de grot kwam wist ik niet wat ik moest doen. Ik stond maar te kijken, te wachten, te wachten op wat er komen zou. Maar wat dat was, wanneer het kwam en hoe het er uitzag, was mij totaal onbekend. Soms sta ik er nog weleens, weg te dromen en te denken aan vroeger. Want vroeger, vroeger was natuurlijk álles beter. Een veel gezegde zin, maar een weinig gemeende. Ik geloof er niks van, vroeger kón het niet beter zijn, het móet vroeger minder geweest zijn.
Ik ben een parasiet, ik ben een profiteur, maar ik speel het spel volgens de regels. Ik ben misschien gek, raar, alternatief, anders, best grappig hoe je vier woorden kunt gebruiken terwijl je er maar twee nodig hebt. Tellen, dat is ook weer zoiets. Hij die telt die gelooft, hij die gelooft zal niet ver komen. Niemand is te vertrouwen, het is een wereld vol haat, haat tussen hatende mensen. Iedereen haat iets of iemand, maar niet iedereen HOUDT van iets of iemand. De wereld is zo'n slechte plek, mooi, maar slecht. Dat zal nooit veranderen.
Faalangst, angst om te falen, ik faal vanwege de angst, en heb angst vanwege de kans die ik krijg om te falen. Ik faal, jij faalt, hij faalt, we falen allemaal. Iedereen faalt, want als je niet faalt, wat heb je dan eigenlijk bereikt. Je bent nog nergens, heb nog niks gedaan, kent nog niks, nog niks meegemaakt, alleen maar gefaald. Falen, bah.
Ik ben in een ruimte, ergens waar ik nog nooit geweest ben. Ik zie hoe buisjes met elkaar in verbinding staan, hoe eigenlijk álles verbonden is, en kijk weer weg. Ik kijk de andere kant op, en zie iets wat lijkt op een droom. Ik zie ogen, grote, bruine ogen, waar je zo door heen kunt kijken. Ik zie schoonheid, liefde, kleur, namen, woorden, letters, trommels en mensen. Ik zie een wereld waar alles lijkt te zijn, alles wat iemand nodig heeft. Ik loop door de grote bruine ogen heen, stap naar binnen en er wordt naar mij gelachen. Er wordt gelachen van alle kanten, naar alle kanten. Er wordt een kring gemaakt, en gewezen dat ik er doorheen moet lopen. In het midden moet ik blijven staan. Er worden mij vragen gesteld, hoe het met mij gaat, wat er met mij is. Ik geef geen antwoord want, ik ben nog steeds onder de indruk van wat er allemaal gebeurt. Ik word getroost, geknuffeld, er wordt van mij gehouden. Iedereen heeft dezelde gedachte, doet hetzelfde, ziet er hetzelfde uit. Ik krijg cadeautjes, waarom ik de verkleinvorm van 'cadeau' gebruik weet ik niet want, de cadeaus waren gigantisch. Ik maak een cadeau open, kon praktisch ín het pakje staan, bleef even staan, en ik voelde dat ik wegging. Ik verdwijn weer richting de grote bruine ogen, en ben weer terug waar ik was.
Hoe het kan, dat weet ik niet, maar het gebeurt. Waarom het gebeurt, geen idee. Waarom ik geen idee heb, dat weet ik ook niet. Ik schijn niks te weten, ik ben onwetend, en dat op mijn leeftijd. Ik ben jong, voel me oud, ik leef al lang, maar toch ook weer zó kort.
Ik heb geen vergunning ik ben hier, illegaal. Illegaal ben je als je geen vergunning hebt, dat is ook raar. Ik bén raar, ik ben anders, dus ik ben raar. Ik ben niet zoals iedereen, en daar ben ik blij om. Ik volg de mode niet, dat zal ik nooit doen. Hoewel... eigenlijk volgt iedereen de mode, als je ervan uitgaat dat het mode is als je kleren draagt, maakt niet uit wát voor kleren, maar je draagt kleren, net als de rest, dus volg je feitelijk de rest, dus volg je de mode. We zijn allemaal modekutjes, we kijken alles van elkaar af, hebben niks zelf bedacht. Niemand is identiek, iedereen is hetzelfde. De eerste mensen op aarde waren tweeling. Vandaar.
Ik wil hier weg, ik word gek, ik wil hier niet blijven. Ik zal altijd blijven, maar tegen mijn zin. Als ik 45 ben zal ik doodgaan, ik heb geen vrienden, geen familie meer, ik blijf als enige over, en op mijn 45ste, dan ga ik dood. Ik heb lang geleefd, maar geen geluk gekend, dus je zou bijna kunnen veronderstellen dat ik niet geleefd heb. Ik ben er altijd geweest, maar ik ben nooit gekend, herkend. Ik héb wel gekend, ik héb geweten, ik ben een wijze oude man die niks meer heeft. Ik had zoveel kunnen zijn, zoveel kunnen kennen, zoveel kunnen weten, en dan kan ik wel wijs zijn, maar ik weet niks. Het is een gevormd feit, gevormd door de vormers.
Mijn wortels zijn zo oud, uitgeput, eenzaam, alleen. Vul de leegte op, doe iets voor me. Doe wat je kán doen, doe wat je niet laten kan, en laat zeker niet doen wat je zelf kan.
Ik ben een parasiet die leeft ten koste van zichzelf...
Het is rood maar niet altijd rood geweest, het veranderde van kleur toen het nodig was, en toen het niet meer nodig was verdween het. Het ging weg met de missie ooit terug te komen, maar vond de weg terug niet. Het had gefaald, en werd vernietigd.
Ik zag je laatst lopen maar, je zag mij niet. Ik riep je, maar je hoorde me niet. Toch keek je, maar je herkende me niet, en liep door. Je had een gele broek aan met een rode jas, een combinatie van twee kleuren die goed bij elkaar passen. Ik vond het stijlvol, gedurfd, ik keek er naar en liep ook door.
Toen ik voor het eerst bij de grot kwam wist ik niet wat ik moest doen. Ik stond maar te kijken, te wachten, te wachten op wat er komen zou. Maar wat dat was, wanneer het kwam en hoe het er uitzag, was mij totaal onbekend. Soms sta ik er nog weleens, weg te dromen en te denken aan vroeger. Want vroeger, vroeger was natuurlijk álles beter. Een veel gezegde zin, maar een weinig gemeende. Ik geloof er niks van, vroeger kón het niet beter zijn, het móet vroeger minder geweest zijn.
Ik ben een parasiet, ik ben een profiteur, maar ik speel het spel volgens de regels. Ik ben misschien gek, raar, alternatief, anders, best grappig hoe je vier woorden kunt gebruiken terwijl je er maar twee nodig hebt. Tellen, dat is ook weer zoiets. Hij die telt die gelooft, hij die gelooft zal niet ver komen. Niemand is te vertrouwen, het is een wereld vol haat, haat tussen hatende mensen. Iedereen haat iets of iemand, maar niet iedereen HOUDT van iets of iemand. De wereld is zo'n slechte plek, mooi, maar slecht. Dat zal nooit veranderen.
Faalangst, angst om te falen, ik faal vanwege de angst, en heb angst vanwege de kans die ik krijg om te falen. Ik faal, jij faalt, hij faalt, we falen allemaal. Iedereen faalt, want als je niet faalt, wat heb je dan eigenlijk bereikt. Je bent nog nergens, heb nog niks gedaan, kent nog niks, nog niks meegemaakt, alleen maar gefaald. Falen, bah.
Ik ben in een ruimte, ergens waar ik nog nooit geweest ben. Ik zie hoe buisjes met elkaar in verbinding staan, hoe eigenlijk álles verbonden is, en kijk weer weg. Ik kijk de andere kant op, en zie iets wat lijkt op een droom. Ik zie ogen, grote, bruine ogen, waar je zo door heen kunt kijken. Ik zie schoonheid, liefde, kleur, namen, woorden, letters, trommels en mensen. Ik zie een wereld waar alles lijkt te zijn, alles wat iemand nodig heeft. Ik loop door de grote bruine ogen heen, stap naar binnen en er wordt naar mij gelachen. Er wordt gelachen van alle kanten, naar alle kanten. Er wordt een kring gemaakt, en gewezen dat ik er doorheen moet lopen. In het midden moet ik blijven staan. Er worden mij vragen gesteld, hoe het met mij gaat, wat er met mij is. Ik geef geen antwoord want, ik ben nog steeds onder de indruk van wat er allemaal gebeurt. Ik word getroost, geknuffeld, er wordt van mij gehouden. Iedereen heeft dezelde gedachte, doet hetzelfde, ziet er hetzelfde uit. Ik krijg cadeautjes, waarom ik de verkleinvorm van 'cadeau' gebruik weet ik niet want, de cadeaus waren gigantisch. Ik maak een cadeau open, kon praktisch ín het pakje staan, bleef even staan, en ik voelde dat ik wegging. Ik verdwijn weer richting de grote bruine ogen, en ben weer terug waar ik was.
Hoe het kan, dat weet ik niet, maar het gebeurt. Waarom het gebeurt, geen idee. Waarom ik geen idee heb, dat weet ik ook niet. Ik schijn niks te weten, ik ben onwetend, en dat op mijn leeftijd. Ik ben jong, voel me oud, ik leef al lang, maar toch ook weer zó kort.
Ik heb geen vergunning ik ben hier, illegaal. Illegaal ben je als je geen vergunning hebt, dat is ook raar. Ik bén raar, ik ben anders, dus ik ben raar. Ik ben niet zoals iedereen, en daar ben ik blij om. Ik volg de mode niet, dat zal ik nooit doen. Hoewel... eigenlijk volgt iedereen de mode, als je ervan uitgaat dat het mode is als je kleren draagt, maakt niet uit wát voor kleren, maar je draagt kleren, net als de rest, dus volg je feitelijk de rest, dus volg je de mode. We zijn allemaal modekutjes, we kijken alles van elkaar af, hebben niks zelf bedacht. Niemand is identiek, iedereen is hetzelfde. De eerste mensen op aarde waren tweeling. Vandaar.
Ik wil hier weg, ik word gek, ik wil hier niet blijven. Ik zal altijd blijven, maar tegen mijn zin. Als ik 45 ben zal ik doodgaan, ik heb geen vrienden, geen familie meer, ik blijf als enige over, en op mijn 45ste, dan ga ik dood. Ik heb lang geleefd, maar geen geluk gekend, dus je zou bijna kunnen veronderstellen dat ik niet geleefd heb. Ik ben er altijd geweest, maar ik ben nooit gekend, herkend. Ik héb wel gekend, ik héb geweten, ik ben een wijze oude man die niks meer heeft. Ik had zoveel kunnen zijn, zoveel kunnen kennen, zoveel kunnen weten, en dan kan ik wel wijs zijn, maar ik weet niks. Het is een gevormd feit, gevormd door de vormers.
Mijn wortels zijn zo oud, uitgeput, eenzaam, alleen. Vul de leegte op, doe iets voor me. Doe wat je kán doen, doe wat je niet laten kan, en laat zeker niet doen wat je zelf kan.
Ik ben een parasiet die leeft ten koste van zichzelf...
donderdag 5 juni 2008
Hi Sara.
I laid on a dune, I looked at the sky,
When the children were babies and played on the beach.
You came up behind me, I saw you go by,
You were always so close and still within reach.
Sara, Sara,
Whatever made you want to change your mind?
Sara, Sara,
So easy to look at, so hard to define.
I can still see them playin' with their pails in the sand,
They run to the water their buckets to fill.
I can still see the shells fallin' out of their hands
As they follow each other back up the hill.
Sara, Sara,
Sweet virgin angel, sweet love of my life,
Sara, Sara,
Radiant jewel, mystical wife.
Sleepin' in the woods by a fire in the night,
Drinkin' white rum in a Portugal bar,
Them playin' leapfrog and hearin' about Snow White,
You in the marketplace in Savanna-la-Mar.
Sara, Sara,
It's all so clear, I could never forget,
Sara, Sara,
Lovin' you is the one thing I'll never regret.
I can still hear the sounds of those Methodist bells,
I'd taken the cure and had just gotten through,
Stayin' up for days in the Chelsea Hotel,
Writin' "Sad-Eyed Lady of the Lowlands" for you.
Sara, Sara,
Wherever we travel we're never apart.
Sara, oh Sara,
Beautiful lady, so dear to my heart.
How did I meet you? I don't know.
A messenger sent me in a tropical storm.
You were there in the winter, moonlight on the snow
And on Lily Pond Lane when the weather was warm.
Sara, oh Sara,
Scorpio Sphinx in a calico dress,
Sara, Sara,
You must forgive me my unworthiness.
Now the beach is deserted except for some kelp
And a piece of an old ship that lies on the shore.
You always responded when I needed your help,
You gimme a map and a key to your door.
Sara, oh Sara,
Glamorous nymph with an arrow and bow,
Sara, oh Sara,
Don't ever leave me, don't ever go.
When the children were babies and played on the beach.
You came up behind me, I saw you go by,
You were always so close and still within reach.
Sara, Sara,
Whatever made you want to change your mind?
Sara, Sara,
So easy to look at, so hard to define.
I can still see them playin' with their pails in the sand,
They run to the water their buckets to fill.
I can still see the shells fallin' out of their hands
As they follow each other back up the hill.
Sara, Sara,
Sweet virgin angel, sweet love of my life,
Sara, Sara,
Radiant jewel, mystical wife.
Sleepin' in the woods by a fire in the night,
Drinkin' white rum in a Portugal bar,
Them playin' leapfrog and hearin' about Snow White,
You in the marketplace in Savanna-la-Mar.
Sara, Sara,
It's all so clear, I could never forget,
Sara, Sara,
Lovin' you is the one thing I'll never regret.
I can still hear the sounds of those Methodist bells,
I'd taken the cure and had just gotten through,
Stayin' up for days in the Chelsea Hotel,
Writin' "Sad-Eyed Lady of the Lowlands" for you.
Sara, Sara,
Wherever we travel we're never apart.
Sara, oh Sara,
Beautiful lady, so dear to my heart.
How did I meet you? I don't know.
A messenger sent me in a tropical storm.
You were there in the winter, moonlight on the snow
And on Lily Pond Lane when the weather was warm.
Sara, oh Sara,
Scorpio Sphinx in a calico dress,
Sara, Sara,
You must forgive me my unworthiness.
Now the beach is deserted except for some kelp
And a piece of an old ship that lies on the shore.
You always responded when I needed your help,
You gimme a map and a key to your door.
Sara, oh Sara,
Glamorous nymph with an arrow and bow,
Sara, oh Sara,
Don't ever leave me, don't ever go.
zaterdag 31 mei 2008
Gideon heeft dreads.
waaaaaaa het heeft van 12:30 tot 20:04 geduurd, maar nu heb ik eindelijk DREADS!
DANKJE TOES! (L)
foto's volgen, hehe. hehehe. hehehehe.
DANKJE TOES! (L)
foto's volgen, hehe. hehehe. hehehehe.
maandag 19 mei 2008
Mijn snaar en ik...
Aan het begin was alles altijd goed. Alles werkte, deed zijn werk en werd bewerkt. Nooit werd iets gebroken... tot gister. Gister, is er iets vreselijks gebeurd. Samen met mijzelf heb ik afscheid moeten nemen van Dave... Dave ging dood... Dave brak...
Dave was... 1 van de 6 snaren van mijn gitaar. De D-snaar... Jaja, logica is de wereld nog niet uit. Hoe dan ook, Dave was meer dan een deel van een geheel. Dave was, hoe zeg je dat, het ontbrekende stuk. Zonder Dave zijn de overige 5 snaren niks, en is mijn hele gitaar waardeloos. Omdat Dave zo belangrijk voor mij is, heb ik een gedichtje voor hem geschreven... Terwijl je dit leest, hoef je je tranen niet binnen te houden...
Dave, vergeef me, het was allemaal mijn schuld
Je weet niet hoe ik me nu voel, geloof me, je hebt geen flauw benul
Ik ben de dader ik, heb het allemaal gedaan
Ik deed alles wat ik kon maar, mijn verstand bleef stil staan
Ik reageerde te laat, was waarschijnlijk te gehaast
Je bent misschien boos, of licht verbaasd
Maar ik heb je bewaard, als een aandenken aan ons bestaan
Voor nu, want over een tijdje moet ik toch weer doorgaan
Zonder jou zal het nog moeilijk worden, weet je dat
Ooit word ik depressief, word ik het leven zat
Als jij gewoon bij ons was gebleven
Had ik alle reden om gewoon door te leven maar
Nu, nu is het te laat
Er wacht mij een leven vol met haat
Zoveel haat dat je niet eens weet
Dat het überhaupt nog bestaat
Wat moet ik nou zonder mijn oude trouwe Dave
Ik weet dat je wilt dat ik doorleef
maar zonder jou gaat dat moeilijk, integendeel
Rust maar zacht, wees maar stil...
Nu is de tijd gekomen... Ook al ben je onvervangbaar, toch zal ik je moeten gaan vervangen... We weten allebei dat dit de enige maar toch de beste oplossing is... Ik zal je weggooien als normaal afval en nooit meer omkijken...
Dave was een aansteller, hij kon de hoogte niet aan, hij raakt meteen overspannen en * BOEM PANG* het is over... Ik ben blij dat je weg bent, ik hoef geen snaren zoals jij, hopelijk zie ik je nooit meer en is je vervanger beter. Je verdient al deze aandacht niet.
Ooit zal ik je weer zien... tot dan.
Dave was... 1 van de 6 snaren van mijn gitaar. De D-snaar... Jaja, logica is de wereld nog niet uit. Hoe dan ook, Dave was meer dan een deel van een geheel. Dave was, hoe zeg je dat, het ontbrekende stuk. Zonder Dave zijn de overige 5 snaren niks, en is mijn hele gitaar waardeloos. Omdat Dave zo belangrijk voor mij is, heb ik een gedichtje voor hem geschreven... Terwijl je dit leest, hoef je je tranen niet binnen te houden...
Dave, vergeef me, het was allemaal mijn schuld
Je weet niet hoe ik me nu voel, geloof me, je hebt geen flauw benul
Ik ben de dader ik, heb het allemaal gedaan
Ik deed alles wat ik kon maar, mijn verstand bleef stil staan
Ik reageerde te laat, was waarschijnlijk te gehaast
Je bent misschien boos, of licht verbaasd
Maar ik heb je bewaard, als een aandenken aan ons bestaan
Voor nu, want over een tijdje moet ik toch weer doorgaan
Zonder jou zal het nog moeilijk worden, weet je dat
Ooit word ik depressief, word ik het leven zat
Als jij gewoon bij ons was gebleven
Had ik alle reden om gewoon door te leven maar
Nu, nu is het te laat
Er wacht mij een leven vol met haat
Zoveel haat dat je niet eens weet
Dat het überhaupt nog bestaat
Wat moet ik nou zonder mijn oude trouwe Dave
Ik weet dat je wilt dat ik doorleef
maar zonder jou gaat dat moeilijk, integendeel
Rust maar zacht, wees maar stil...
Nu is de tijd gekomen... Ook al ben je onvervangbaar, toch zal ik je moeten gaan vervangen... We weten allebei dat dit de enige maar toch de beste oplossing is... Ik zal je weggooien als normaal afval en nooit meer omkijken...
Dave was een aansteller, hij kon de hoogte niet aan, hij raakt meteen overspannen en * BOEM PANG* het is over... Ik ben blij dat je weg bent, ik hoef geen snaren zoals jij, hopelijk zie ik je nooit meer en is je vervanger beter. Je verdient al deze aandacht niet.
Ooit zal ik je weer zien... tot dan.
Abonneren op:
Posts (Atom)